Update mei 2026: voor de aangifte inkomstenbelasting over 2025 (deadline 1 mei 2026, uitstel tot 1 september mogelijk) kun je kiezen tussen het forfaitaire rendement en het werkelijk behaalde rendement in box 3. Voor het aangiftejaar 2025 is de tegenbewijsregeling geïntegreerd in de gewone aangifte — je hoeft geen apart formulier meer in te sturen. De Belastingdienst berekent automatisch welke methode voor jou minder belasting oplevert. Toch loont het om zelf de berekening te maken, zodat je de juiste gegevens invoert en geen euro teveel betaalt.
| Huidige situatie | Actie | Besparing/jaar |
|---|---|---|
| Spaargeld €80.000 bij bank, rente 2,5%/jr | Werkelijk rendement opgeven (€2.000 rente) i.p.v. forfait (€1.152) — lagere grondslag | tot €250 minder belasting |
| Beleggingsportefeuille €150.000, slecht jaar (–3%) | Werkelijk rendement opgeven: –€4.500 i.p.v. forfait 6% (€9.000) — enorm verschil | tot €1.800 minder belasting |
| Mix spaargeld + beleggingen, rendement hoger dan forfait | Forfait opgeven — werkelijk rendement werkt dan in jouw nadeel | €0 (forfait is voordeliger) |
Hoe werkt box 3 in 2026 precies?
Box 3 belast vermogen boven het heffingsvrij vermogen van €59.357 per persoon (€118.714 voor fiscale partners samen). Over het meerdere betaal je in 2026 belasting op basis van een verondersteld rendement. De forfaitaire rendementspercentages voor 2026 zijn:
- Spaargeld (bankrekeningen, deposito's): 1,44%
- Beleggingen (aandelen, obligaties, vastgoed): 6,04%
- Schulden (aftrekbaar): 2,62%
Het belastingtarief op box 3 is in 2026 36%. Je betaalt dus 36% over het berekende fictieve rendement. Bron: Belastingdienst — Berekening box 3 inkomen 2026.
Drie vermogensprofielen doorgerekend
Profiel 1: spaarder met €100.000
Belastbaar vermogen: €100.000 − €59.357 = €40.643. Forfaitair rendement spaargeld 1,44%: €585. Belasting 36%: €211. Stel je ontvangt 2,5% rente (actueel marktgemiddelde 2026 voor hogere spaarrekeningen): werkelijk rendement €1.016, belasting: €366. In dit geval is het forfait voordeliger — geen actie nodig bij werkelijk hogere rente.
Profiel 2: belegger met €150.000 na een verliesjaar
Belastbaar vermogen: €150.000 − €59.357 = €90.643. Forfaitair rendement 6,04%: €5.475. Belasting forfait: €1.971. Werkelijk rendement in een slecht beursjaar: −3% = −€2.719. Belasting werkelijk rendement: €0 (negatief rendement, niets te belasten). Besparing door keuze werkelijk rendement: €1.971.
Profiel 3: mix spaargeld €60.000 + beleggingen €80.000
Totaal vermogen €140.000, heffingsvrij €59.357, belastbaar €80.643. Forfait berekening: €60.000 × 1,44% + €80.000 × 6,04% = €864 + €4.832 = €5.696. Belasting: €2.051. Werkelijk rendement: spaargeld 2,5% = €1.500, beleggingen +4% = €3.200, totaal €4.700. Belasting werkelijk: €1.692. Besparing: €359 door werkelijk rendement te kiezen.
Wanneer is werkelijk rendement voordeliger?
Werkelijk rendement loont in drie situaties:
- Je beleggingen hadden een slecht jaar (rendement onder 6,04%). Het forfait gaat ervan uit dat je 6% behaalt — als je minder haalt of verlies maakt, betaal je te veel via het forfait.
- Je hebt alleen spaargeld met hoge rente boven 1,44% — dit klinkt tegenstrijdig, maar: het forfait is 1,44% voor spaargeld. Als jouw rente hoger is, is het forfait juist voordeliger. Werkelijk rendement kiezen is dan nadelig.
- Je hebt een tweede woning met lage huurinkomsten. Vastgoed heeft een forfait van 6,04%, maar als de werkelijke huurinkomsten (minus kosten) lager zijn, pakt werkelijk rendement beter uit.
Hoe geef je werkelijk rendement op in de aangifte?
In de aangifte 2025 (ingediend in 2026) vind je een extra sectie in het box 3-blok. Je voert per vermogenscategorie het werkelijke rendement in: ontvangen rente, dividend, huurinkomsten en gerealiseerde vermogenswinst of -verlies. De Belastingdienst vergelijkt automatisch met het forfait en berekent de laagste belastinggrondslag. Zorg dat je de volgende documenten bij de hand hebt:
- Jaaroverzicht van je bank (rente-overzicht 2025)
- Jaaroverzicht van je broker of vermogensbeheerder (koersresultaat + dividend 2025)
- Huurcontract en inkomsten/kostenopstelling bij vastgoed
Let op: je kunt niet per vermogenscategorie kiezen. Je geeft het totale werkelijke rendement op, of je valt terug op het totale forfait.
Nieuwe wet box 3 in aantocht — wat weet je al?
Het kabinet werkt aan een permanente Wet werkelijk rendement box 3, beoogd per 2027 of 2028. Die wet maakt werkelijk rendement structureel verplicht. Vooruitlopend hierop kun je al in je aangifte 2025 ervaring opdoen met de tegenbewijsregeling. De Hoge Raad heeft in meerdere arresten bepaald dat belastingplichtigen recht hebben op compensatie als het forfait hun werkelijke rendement overschrijdt. Bron: Belastingdienst — Werkelijk rendement.
Bespaar-checklist
- Verzamel jaaroverzichten van alle bankrekeningen en beleggingsrekeningen over 2025 — dit heb je nodig voor werkelijk rendement
- Bereken je werkelijk rendement: rente + dividend + koersresultaat + huurinkomsten (bruto, exclusief eigen woning)
- Vergelijk met forfait: spaargeld × 1,44% + beleggingen × 6,04% — kies de laagste grondslag
- Heb je vastgoed buiten eigen woning? Maak een inkomsten-kostenopstelling voor 2025 — bij lage huurrendement is werkelijk bijna altijd voordeliger
- Vraag uitstel aan via Mijn Belastingdienst als de deadline van 1 mei 2026 te krap is — uitstel tot 1 september is gratis en eenvoudig
- Controleer of je het heffingsvrij vermogen correct toepast bij fiscaal partnerschap (€118.714 samen in 2026)
- Bewaar de beschikking na afloop — bij toekomstige naheffingen of bezwaar heb je het vergelijkingscijfer nodig
Veelgestelde vragen
Veelgestelde Vragen
Je hebt de keuze. In de aangifte 2025 (ingediend in 2026) kun je het werkelijke rendement invullen als dat lager is dan het forfait. De Belastingdienst berekent automatisch welke methode de laagste belasting oplevert en past die toe. Als je niets invult over werkelijk rendement, valt de aangifte automatisch terug op het forfait. Actief kiezen voor werkelijk rendement loont alleen als jouw werkelijke rendement lager is dan de forfaitaire percentages (1,44% voor sparen, 6,04% voor beleggen).
Werkelijk rendement omvat alle inkomsten uit je box 3 vermogen: ontvangen rente op spaarrekeningen en deposito's, ontvangen dividend op aandelen, gerealiseerde koerswinsten en -verliezen (bij verkoop in 2025), huurinkomsten minus directe kosten op verhuurde panden, en interest op vorderingen. Ongerealiseerde koersstijgingen tellen in de huidige tegenbewijsregeling nog niet mee als rendement, maar dat verandert mogelijk bij de definitieve Wet werkelijk rendement (beoogd 2027).
Het heffingsvrij vermogen in box 3 is in 2026 €59.357 per persoon. Voor fiscale partners samen is dat €118.714. Over dit bedrag betaal je geen box 3 belasting. Pas op het vermogen daarboven geldt het forfaitaire rendement of je werkelijke rendement. Als je vermogen net boven de grens uitkomt, is de belastingdruk relatief laag — maar check of je het heffingsvrij bedrag volledig benut bij fiscaal partnerschap.
Ja, dat kan. Je kunt tot 5 jaar na afloop van het belastingjaar een herziene aangifte indienen. Voor 2025 heb je dus tot en met 2030 de tijd. Ga naar Mijn Belastingdienst, klik op de aangifte 2025 en kies voor 'Wijzigen'. Voer het werkelijke rendement alsnog in. Als dit lager uitvalt dan het forfait, ontvang je het teveel betaalde bedrag terug, vermeerderd met belastingrente.
Het tarief in box 3 is in 2026 36% over het belastbare inkomen uit sparen en beleggen. Dat belastbare inkomen is het berekende rendement (forfaitair of werkelijk) min de heffingsvrije drempel. Het tarief is de afgelopen jaren stapsgewijs gestegen — in 2017 was het nog 30%. Er zijn op dit moment geen plannen om het tarief in 2026 of 2027 te verlagen, ook niet bij de komende Wet werkelijk rendement.
Ja. Een verhuurde woning of vakantiewoning valt in box 3 en telt mee bij het werkelijk rendement. Je geeft de netto huurinkomsten op (huur minus directe exploitatiekosten zoals onderhoud, verzekering en beheer). De waardestijging van de woning telt in de huidige tegenbewijsregeling niet mee als werkelijk rendement — dat verandert bij de toekomstige definitieve wet. Bij lage of negatieve huurrendementen pakt werkelijk rendement nu vrijwel altijd beter uit dan het forfait van 6,04%.